Meetonzekerheid

Hieronder volgt een korte uitleg over de brief die we van de Europese Commissie hebben gekregen in antwoord op onze klacht in 2016.
📍 Achtergrond van de klacht

De brief is een reactie op een klacht van 14 juli 2016 ingediend door SAN over de interpretatie en handhaving van Europese emissieregels.

De klacht had betrekking op:

*Een besluit van Nederlandse autoriteiten over de handhaving van vergunningsvoorwaarden bij een afvalverbrandingsinstallatie (REC).

*Een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

*De manier waarop meetonzekerheid wordt toegepast bij het beoordelen van emissies.

De centrale vraag was:

Staat de Richtlijn Industriële Emissies (IED 2010/75/EU) toe dat een vaste maximale onzekerheidsmarge standaard wordt afgetrokken van gemeten emissiewaarden bij de beoordeling van naleving?

In Nederland werd bij sommige stoffen (zoals HCl) een vaste waarde (bijvoorbeeld 4 mg/Nm³) van de gemeten waarde afgetrokken voordat werd beoordeeld of aan de grenswaarde werd voldaan.

🔍 Juridisch kernpunt

De klacht stelde dat:

De IED niet toestaat dat altijd een vaste maximale meetonzekerheid wordt afgetrokken.

De aftrek gebaseerd moet zijn op de daadwerkelijke meetnauwkeurigheid van het gebruikte meetsysteem.

Een vaste aftrek overschrijdingen kan “wegpoetsen”.

🧠 Standpunt van de Europese Commissie

De Commissie geeft aan:

Alleen het Hof van Justitie van de Europese Unie kan een definitieve interpretatie van EU-recht geven.

De brief bevat het standpunt van de diensten van de Commissie, maar is geen bindende rechterlijke uitspraak.

De tekst van de Richtlijn laat enige ruimte voor interpretatie over hoe meetonzekerheid moet worden toegepast.

📌 Belangrijk citaat uit de brief

De Commissie merkt op (vrij vertaald):

“Wanneer een meetinstrument zeer nauwkeurig is, is er minder reden om grote waarden van de gemeten resultaten af te trekken dan wanneer het instrument minder nauwkeurig is. Een praktijk waarbij vaste maximale waarden worden afgetrokken ongeacht de nauwkeurigheid van het instrument past daarom niet goed binnen de Richtlijn, naar het oordeel van de diensten.”

Met andere woorden:

Het standaard aftrekken van een vaste maximale onzekerheidswaarde, zonder rekening te houden met de werkelijke meetnauwkeurigheid, strookt volgens de Commissie niet goed met de bedoeling van de Richtlijn.

⚖️ Waarom is dit belangrijk?

In de praktijk betekent dit:

Wanneer standaard 4 mg/Nm³ van HCl wordt afgetrokken, kan een installatie onder de grenswaarde lijken te blijven.

Als de werkelijke meetonzekerheid kleiner is, is zo’n grote vaste aftrek niet gerechtvaardigd.

Hierdoor kunnen gerapporteerde jaargemiddelden lager uitvallen dan de feitelijk gemeten waarden.

De Commissie geeft hiermee aan dat vaste maximale aftrekken problematisch zijn wanneer ze niet gebaseerd zijn op de werkelijke prestaties van het meetsysteem.

📝 Samengevat

Er is bij de Europese Commissie geklaagd over de manier waarop emissies werden beoordeeld.

De klacht ging over het standaard aftrekken van vaste meetonzekerheden.

De Commissie vindt dat zo’n vaste aftrek niet goed past bij de manier waarop de Europese Richtlijn Industriele Emissies moet worden uitgelegd.
Brief van de Europese Commissie aan mevrouw B. Hofman over een klacht betreffende milieuregels, met tekst: "Subject: your complaint" en datum 20 juli 2017. Deze afbeelding bevat een officiële brief van de Europese Commissie aan mevrouw B. Hofman.
📌 Raad van State – REC Harlingen / HCl-meetonzekerheid (9 juni 2019)

Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Nederland) is direct gekoppeld aan het probleem dat in de Commissiebrief werd besproken: de manier waarop meetonzekerheid van continue meetsystemen (AMS/CEMS) wordt gehanteerd bij emissierapportage onder de IED.

De Raad van State oordeelde dat de REC ten onrechte een vaste maximale onzekerheidsmarge heeft afgetrokken bij de berekening van de jaargemiddelde HCl-emissie. De IED vereist namelijk dat de daadwerkelijke meetonzekerheid van het geïnstalleerde meetsysteem wordt gebruikt bij correcties, niet simpelweg de maximale toegestane onzekerheidswaarde zoals die voor alle installaties geldt.

In deze zaak berekende de Raad van State dat de werkelijke meetonzekerheid op basis van parallelmetingen slechts 0,26 mg/Nm³ was, veel lager dan de “maximale onzekerheidswaarde” van 4 mg/Nm³ die vooraf standaard was afgetrokken.

👉 Conclusie jurisprudentie: het toepassen van een vaste grote onzekerheidsaftrek, ongeacht de werkelijke meetprestaties van het systeem, stond niet in lijn met de IED-regels en werd door de Raad van State gecorrigeerd.

Deze uitspraak wordt expliciet genoemd in NGO-analyses over “Hidden Emissions of Hydrochloric Acid”, en wordt gekoppeld aan de interpretatievraag die ook aan de Europese Commissie werd voorgelegd in ENV.E2/MV/ts/CHAP(2016)2410.

De Raad van State heeft juridisch vastgesteld dat het Nederlandse bevoegd gezag de IED onjuist toepaste bij de REC.

➤ Samengevat

✔ 2019 – Raad van State uitspraak: Meetonzekerheidscorrecties moeten gebaseerd zijn op de feitelijke meetonzekerheid van het specifieke meetsysteem, niet op een standaard maximaal aftrekbedrag.

✔ Deze uitspraak volgt de inhoudelijke lijn die ook door DG ENV is geschetst in de Commissiebrief ENV.E2/MV/ts/CHAP(2016)2410.
De REC kwam door deze uitspraak in de moeilijkheden, want het had als consequentie dat de emissies van HCL hierdoor structureel naar beneden bijgesteld moesten worden om binnen de geldende milieuvergunning te blijven.

De milieuvergunning stelde namelijk dat de daggemiddelde emissielimiet 8 mg/Nm3 mocht zijn, maar de jaargemiddelde emissielimiet was gesteld op 5 mg/Nm3. Dit was destijds afgesproken om aan te geven dat de REC de beste installatie was en makkelijk hier aan zou kunnen voldoen. In retrospect blijkt dat geen enkel jaar de REC binnen de jaargemiddelde norm van 5 mg/NM3 is gebleven. Want de onjuist toegepaste berekening met de meetonzekerheid heeft de te hoge HCL emissie altijd verhuld.

In de 'Aanmeldnotitie verhoging rookgasdebiet en aanpassing jaargemiddelde luchtemissie' van 19 November 2019 wordt dit duidelijk gemaakt door OMRIN. Nadat ze eerst melden dat over de strenge normering nooit een gedegen motivering/onderbouwing is gegeven, wat op zich al bevreemdend is, meldt Omrin op de eerste pagina dat

'.. door de uitspraak van de Raad van State de emissiegrenswaarden 'strenger' getoetst zullen gaan worden, doordat met een veel kleiner betrouwbaarheidsinterval mag worden gecorrigeerd. Voor de REC in Harlingen levert dat voor de component Zoutzuur (HCL) een probleem op in de vorm van een veel hoger grondstoffenverbruik (natriumbicarbonaat) (…).'

Natriumbicarbonaat is een erg duur product. Door het vele gebruik hiervan zou de winstmarge van de REC naar beneden bijgesteld moeten worden. Natriumbicarbonaattoepassing heeft als gevolg dat de emissie van HCL door de schoorsteen een stuk minder wordt. Het is dus een onderdeel van Best Beschikbare Techniek. Door het achterwege laten van het toevoegen van natriumbicarbonaat, wordt niet meer voldaan aan de Best Beschikbare Techniek. Gevolg is dan wel dat er meer HCL uit de schoorsteen komt. En HCL is niet goed voor alles wat leeft in, naast en van de kwetsbare Waddenzee.
Het gevolg van de uitspraak van de Raad van State, op grond van de brief van de Europese Commissie, was dat de REC een nieuwe vergunning moest aanvragen om meer HCL te kunnen blijven uitstoten. In de aanmeldnotitie vraagt OMRIN om de jaargemiddelde emissie voor HCL te verhogen van 5mg/NM3 naar 8mg/NM3. Dit heeft als gevolg dat het gelegitimeerd wordt om duizenden kilo's per jaar aan HCL uit te blijven stoten.

Johan Vollenbroek had dit probleem ook al aangekaard. Zie het volgende fragment op pagina 6 uit zijn Nota:

'…Verdertwordttopgemerkttdattookttijdenstongestoordtbedrijftdetafgasreinigingtvaaktmaartnettdetdaggemiddeldetnormtvoortzoutzuurtintdetvergunningtvant8tmg/Nm3thaalt.tRegelmatigtwordttdet8tmg/Nm3toverschreden gedurendeteentaantalturentvantdetdag.tEchter,toptdagbasistwordttdittuitgemiddeld.tRekeningthoudendt mettdetmeetonnauwkeurigheidtblijfttRECtdantjuisttbinnentdetdaggemiddelde norm.tDetvraagtistoftRECtquat zoutzuurtemissietweltvoldoettaantdetjaargemiddelde eistvan 5tmg/Nm3 .tDittaspecttwordt intdezetnota niet verder uitgewerkt…'

HCL was echter niet het enige probleem. Het volgende probleem waarom er een nieuwe vergunning moest worden aangevraagd was het feit dat het rookgasdebiet al vele jaren ver boven de vergunde norm was.