Kustlijnfumigatie

Kustlijnfumigatie

De schoorsteen van de REC is gelegen op een overgang van zee en land, pal naast de Waddenzee.

Daarom is het nodig om bij het onderzoek naar de verspreiding van de afvalgassen het verschijnsel ‘kustlijnfumigatie’ te betrekken en te onderzoeken in hoeverre hiervoor apart onderzoek nodig is.

De Amerikaanse topexpert professor Henry S. Cole heeft vóór de ingebruikstelling van de REC in een rapport geadviseerd dat dit onderzoek echt nodig is en er voor gewaarschuwd dat de door de REC en de provincie Friesland ingehuurde (twee petten) expert J. Erbrink bij zijn onderzoek een heel fundaméntele fout heeft gemaakt.

Alvorens hieronder de passage uit het rapport van Cole weer te geven hebben we ChatGPT gevraagd een uitleg te geven over wat kustlijnfumigatie is.

We vroegen aan ChatGPT:

wat is kustlijnfumigatie?

Kustlijnfumigatie (coastal fumigation) is een atmosferisch verschijnsel dat plaatsvindt wanneer een luchtlaag met vervuilde rookgassen, afkomstig van bijvoorbeeld een fabrieksschoorsteen, zich mengt met koudere lucht die vanaf de zee het land op stroomt. Dit gebeurt vooral in kustgebieden waar de temperatuurverschillen tussen land en zee aanzienlijk zijn.

Hoe kustlijnfumigatie werkt:

• Inversie: Normaal gesproken stijgen warme rookgassen na uitstoot door een schoorsteen op, waardoor ze zich over een groot gebied kunnen verspreiden. Bij een inversie is er echter een laag van koudere lucht bovenop een warmere luchtlaag, waardoor de rookpluim gevangen blijft in de onderste lagen van de atmosfeer.
• Zeewind en temperatuurverschillen: In kustgebieden kan een zeebries optreden, waarbij koude lucht van de zee het land binnendringt. Wanneer deze koude lucht zich onder de warmere luchtlaag bevindt, blijven de rookgassen laag hangen, omdat ze de koudere lucht niet kunnen doordringen.
• Gevolg: De verontreinigende stoffen die normaal zouden opstijgen, blijven nu dicht bij de grond hangen. Dit leidt tot hogere concentraties van schadelijke stoffen op leefniveau, wat negatieve effecten kan hebben op de lokale luchtkwaliteit.
Kenmerken van kustlijnfumigatie:

• Lokale luchtvervuiling: De rookpluim blijft bij kustlijnfumigatie dicht bij de grond, wat kan leiden tot verhoogde luchtvervuiling in dichtbevolkte kustgebieden.
• Plotse overgang: Wanneer de zeewind naar het land beweegt, kan er een abrupte toename zijn van de vervuilingsniveaus in bepaalde gebieden, met name in de richting waarin de wind waait.
• Duur en intensiteit: Dit fenomeen kan variëren afhankelijk van de weersomstandigheden, de sterkte van de zeewind en de warmte van het landoppervlak.
Gevolgen van kustlijnfumigatie:

• Gezondheidsproblemen: Doordat verontreinigende stoffen zoals NOx, SO₂ en fijnstof dichter bij de grond blijven, kunnen ze de luchtwegen van mensen beïnvloeden, vooral in stedelijke gebieden met hoge bevolkingsdichtheid.
• Visuele hinder: Door de aanwezigheid van rook of smog kan de zichtbaarheid afnemen.
• Invloed op regelgeving: In regio's die gevoelig zijn voor kustlijnfumigatie, moeten emissienormen mogelijk strenger zijn om te voorkomen dat lokale luchtvervuiling ernstige gevolgen heeft.
Voorbeeldsituatie:

Stel je voor dat een schoorsteen van een energiecentrale aan de kust op een warme dag rook uitstoot. Zodra een koude zeebries vanaf de oceaan landinwaarts blaast, ontstaat een inversielaag waarin de rookpluim vast blijft zitten, en de vervuiling niet omhoog kan stijgen. De rookpluim blijft daardoor laag bij de grond en zorgt voor verhoogde lokale luchtvervuiling. Dit is het kustlijnfumigatie-effect.

Hoewel deze beschrijving van ChatGPT mogelijk wetenschappelijk onvoldoende nauwkeurig en onvolledig is staat wel vast dat bij een schoorsteen nabij de zee een onderzoek naar de effecten van kustlijnfumigatie niet achterwege mag worden gelaten. Bij de oprichting van de REC is de door de provincie ingehuurde expert Hans Erbrink, die tegelijk ook al opgetreden had voor de REC, door de voormelde professor Cole betrapt op een grote fout: in de speciale in Australië ontwikkelde CSIRO calculator ter berekening van effecten van kustlijnfumigatie bleek Erbrink een cruciaal inputcijfer fout te hebben ingevoerd door de gemetselde hoogte van de schoorsteen (44 m) in te voeren als hoogte in plaats van de mede aan de hand van het debiet te bepalen ‘effectieve pluimhoogte’ (bij het debiet van 177.000 Nm3 : 105 m). Waarna ‘expert’ Erbrink volgens professor Cole de navolgende op zijn scherm verschenen “error message” in beeld moet hebben gekregen en deze geheel negeerd heeft: ¨Effective plume height not in range, please try again.¨

Letterlijk schreef Erbink als expert van het provinciebestuur in zijn aan de rechters getoonde rapport: ‘een input of 45 (m) for the stack height is not even possible : it is simply too low to calculate with’.

Professor Cole heeft in de CSIRO calculator als inputcijfer de ‘effective plume height’ (105 m) wél correct ingevoerd en kreeg daarop het volgende beeld te zien, figuur 8 uit zijn rapport:
Grafieken van kustlijnfumigatie met hoogste concentraties in donkerrood, non-dimensionale verticale en horizontale assen en tekst: "we/w* = 0.10" en "centerline concentration with a distinct maximum". De afbeelding toont simulatiemodellen van concentraties bij fumigatie langs kustlijnen.
Behalve professor Cole heeft destijds ook de Canadese expert P.K. Misra in een rapport uitgelegd dat het in Nederland gehanteerde rekenmodel NNM niet geschikt en ook niet gevalideerd was voor het berekenen van de effecten van kustlijnfumigatie bij schoorstenen aan de kust.

Het is zorgwekkend dat deze expert Erbrink vele jaren later opdook in het dossier van TATA-steel en onder verwijzing naar nota bene zijn oordeel gevormd in het REC dossier ook daar kustlijnfumigatie afdeed als niet relevant en niet nodig om nader te onderzoeken.

In ieder geval heeft de stichting Afvaloven Nee naar aanleiding van de recent vergunde verhoging van het debiet de rechtbank gevraagd om alsnog uit te spreken dat voor de REC een onderzoek naar de effecten van kustlijnfumigatie onontkoombaar is.
Wat gebeurt er met de rookgassen als ze de schoorsteen verlaten?

Je ziet niks (bij normale bedrijvigheid), maar waar komen al de uitgestoten stoffen neer? Want we hebben het over duizenden kilo´s over de afgelopen 13 jaar. (een overzicht hiervan kun je binnenkort vinden onder Uitstootgegevens). Waar zijn die duizenden kilo´s gebleven? We vroegen het ChatGPT.

Wat gebeurt er met de rookgassen als ze de schoorsteen van een reststoffen energiecentrale verlaten?

ChatGPT zei:

Wanneer rookgassen de schoorsteen van een reststoffen energiecentrale (afvalverbrandingsinstallatie) verlaten, gebeurt er een aantal belangrijke processen die de verspreiding, verdunning en impact van deze gassen op het milieu bepalen. Hieronder wordt stap voor stap uitgelegd wat er gebeurt:

1. Uitstoot van rookgassen via de schoorsteen

De rookgassen worden door de schoorsteen naar de buitenlucht afgevoerd. Deze rookgassen bevatten verschillende componenten, afhankelijk van de samenstelling van het afval en de verbrandingstechnologie. De belangrijkste stoffen in rookgassen zijn vaak:

• Stikstofoxiden (NOx)
• Zwaveldioxiden (SO₂)
• Kooldioxide (CO₂)
• Fijnstof en roetdeeltjes
• Vluchtige organische stoffen (VOC's)
• Zware metalen (zoals kwik, lood)
• Dioxines en furanen (bij onvolledige verbranding van organisch materiaal)
• Waterdamp en warmte
De hoogte van de schoorsteen en de stroomsnelheid van de rookgassen helpen de gassen omhoog te voeren en verspreiden over een groot gebied. Hierdoor wordt de concentratie van verontreinigende stoffen op leefniveau verdund.

2. Thermische lift en verspreiding

Bij het verlaten van de schoorsteen zijn de rookgassen meestal nog heet, vaak enkele honderden graden Celsius, afhankelijk van de verbrandingstemperatuur en de efficiëntie van het rookgasreinigingssysteem. Deze hitte zorgt voor een thermische lift, waarbij de warme rookgassen opstijgen door de koudere omgevingslucht. Hoe hoger de temperatuur van de rookgassen, hoe verder ze stijgen voordat ze beginnen te verdunnen.

De snelheid waarmee de rookgassen de schoorsteen verlaten, samen met hun temperatuur en de weersomstandigheden, beïnvloeden hoe hoog en hoe ver de gassen zich verspreiden in de atmosfeer.

3. Mengsel met omgevingslucht

Zodra de rookgassen de schoorsteen hebben verlaten en in contact komen met de omgevingslucht, begint het proces van verdunning. De concentratie van de verontreinigende stoffen neemt af naarmate de gassen zich vermengen met de lucht. Dit hangt ook af van factoren zoals:

• Windsnelheid en richting: Deze bepalen hoe snel de rookgassen worden afgevoerd en hoe ver ze zich verspreiden.
• Atmosferische stabiliteit: Dit beïnvloedt de mate van verticale menging. In een stabiele atmosfeer (bijvoorbeeld bij een temperatuurinversie) blijven de rookgassen dichter bij de grond hangen, terwijl ze in een onstabiele atmosfeer (met sterke verticale luchtstromen) sneller en hoger worden verspreid.
4. Koeling van rookgassen

Na uitstoot koelen de rookgassen geleidelijk af naarmate ze zich vermengen met de koudere buitenlucht. Dit proces kan de snelheid waarmee de rookgassen stijgen verminderen, waardoor ze uiteindelijk beginnen te dalen of zich horizontaal verspreiden. Hoe snel dit gebeurt, is afhankelijk van de initiële temperatuur van de rookgassen en de omgevingsomstandigheden.

5. Verspreiding en neerslag van verontreinigende stoffen

De verontreinigende stoffen in de rookgassen verspreiden zich door de atmosfeer. Afhankelijk van hun aard kunnen ze verschillende gevolgen hebben:

• Gassen zoals NOx en SO₂ kunnen in de atmosfeer chemische reacties ondergaan en zuurvormende stoffen zoals salpeterzuur (HNO₃) of zwavelzuur (H₂SO₄) vormen, wat kan bijdragen aan zure regen.
• Fijnstof en roetdeeltjes kunnen in de lucht blijven hangen of neerslaan op oppervlakken, wat schadelijk is voor de gezondheid van mensen (longziekten, hart- en vaatziekten).
• Zware metalen en dioxines kunnen in de lucht zweven en uiteindelijk neerslaan op land en water, waar ze schadelijke effecten kunnen hebben op het milieu en de voedselketen.
6. Weersinvloeden en kustlijnfumigatie

Zoals eerder genoemd, kunnen weersomstandigheden zoals temperatuurinversies en windpatronen ervoor zorgen dat rookgassen lager blijven hangen, vooral in kustgebieden waar kustlijnfumigatie kan optreden. Dit zorgt ervoor dat de rookgassen zich minder goed verdunnen en verontreinigingen dichter bij de grond terechtkomen.

7. Afkoeling van waterdamp en vorming van pluimen

De waterdamp in de rookgassen kan bij afkoeling condenseren, waardoor zichtbare wolken of "pluimen" ontstaan boven de schoorsteen. Dit gebeurt vaak wanneer de lucht koud en vochtig is. Deze pluimen bestaan voornamelijk uit waterdruppels en zijn op zichzelf niet schadelijk, maar kunnen soms verontreinigingen bevatten, zoals zwavelverbindingen of ammoniakverbindingen, afhankelijk van de samenstelling van het rookgas.

8. Emissiereductie door rookgasbehandeling

Reststoffen energiecentrales zijn vaak uitgerust met geavanceerde rookgasbehandelingssystemen om de emissies van schadelijke stoffen te verminderen voordat de gassen via de schoorsteen worden uitgestoten. Voorbeelden van rookgasbehandelingsmethoden zijn:

• Elektrofilters of stofvangers om fijnstof en roetdeeltjes te verwijderen.
• Selectieve katalytische reductie (SCR) of selectieve niet-katalytische reductie (SNCR) om stikstofoxiden (NOx) te reduceren.
• Rookgaswassers (scrubbers) voor het verwijderen van zure gassen zoals SO₂ en HCl.
• Actieve koolfilters voor het afvangen van zware metalen, dioxines en furanen.
Samenvatting

Wanneer rookgassen de schoorsteen van een reststoffen energiecentrale verlaten:

• Worden ze dankzij de thermische lift omhoog gestuwd en verspreiden zich in de atmosfeer.
• Verdunnen ze naarmate ze vermengd worden met de omgevingslucht, waardoor de concentratie van verontreinigende stoffen afneemt.
• Kunnen ze chemische reacties ondergaan, zoals de vorming van zure regen of de productie van fijnstof.
• Hebben weersomstandigheden een grote invloed op hun verspreiding en neerslag, met name in kustgebieden waar kustlijnfumigatie kan optreden.
• Worden emissies voorafgaand aan uitstoot aanzienlijk verminderd door rookgasbehandelingssystemen in de centrale.
De mate van vervuiling die op de grond terechtkomt, wordt dus sterk bepaald door de effectiviteit van deze systemen en de atmosferische omstandigheden.
Hoe beinvloeden de dijk en de nabijheid van de zee de emissie van een reststoffenenergiecentrale die 100 meter van de dijk staat?

ChatGPT zei:

De nabijheid van de zee en de aanwezigheid van een dijk kunnen op verschillende manieren de emissie en verspreiding van rookgassen van een reststoffenenergiecentrale beïnvloeden, vooral als deze op slechts 100 meter van de dijk staat. De effecten worden grotendeels bepaald door de lokale weersomstandigheden, het gedrag van de rookgassen, en de manier waarop de zee en de dijk de luchtstromen en atmosferische condities beïnvloeden.

1. Invloed van zeewind op rookgasverspreiding

• Koude zeelucht: In kustgebieden komt vaak een koude zeewind voor, die landinwaarts beweegt. Deze wind kan de rookgassen uit de schoorsteen sneller verspreiden en verdunnen, omdat zeewind vaak koeler en stabieler is dan lucht boven het land. Hierdoor kunnen de concentraties van verontreinigende stoffen in de atmosfeer afnemen, aangezien de wind de rookpluim sneller wegvoert van de bron.
• Windrichting en windsnelheid: De overheersende windrichting (bijvoorbeeld van zee naar land) kan bepalen waar de rookgassen naartoe worden gevoerd. Als de wind van de zee naar het land waait, wordt de rookpluim van de centrale landinwaarts geduwd, wat leidt tot emissie-impact verder weg van de kustlijn. De snelheid van de wind is ook belangrijk: hoe sterker de wind, hoe verder en sneller de verontreinigende stoffen worden verspreid.
• Invloed van thermische verschillen: De temperatuurverschillen tussen land en zee zorgen voor variaties in luchtstromen. Overdag is de lucht boven het land vaak warmer dan boven de zee, wat kan leiden tot opstijgende warme luchtstromen en koudere zeelucht die over het land beweegt. Deze temperatuursverschillen kunnen de verticale en horizontale verspreiding van de rookgassen beïnvloeden.
2. Dijk als fysieke barrière

• Beperkte invloed op hoge rookpluimen: Aangezien de schoorsteen van een reststoffenenergiecentrale doorgaans tientallen meters hoog is (in dit geval 44 meter, zoals eerder genoemd), heeft de dijk als fysieke barrière waarschijnlijk een beperkte directe invloed op de rookpluim die op die hoogte uit de schoorsteen komt. De meeste rookgassen worden hoog in de atmosfeer uitgestoten, waar de invloed van de dijk zelf minimaal is.
• Lokale luchtstromen: De dijk kan echter wel invloed hebben op de lokale luchtstromen en windpatronen in de nabijheid van de grond. Het kan turbulentie veroorzaken aan de lijzijde van de dijk (de kant die niet blootstaat aan de wind), waardoor de lucht daar minder snel beweegt of zelfs opstijgt. Dit kan lokaal de verdunning van emissies vertragen, vooral als de wind relatief zwak is. In sommige gevallen kan dit ervoor zorgen dat verontreinigingen tijdelijk geconcentreerd blijven in de directe omgeving van de centrale.
3. Effect van temperatuurinversie en kustlijnfumigatie

• Kustlijnfumigatie: Kustlijnfumigatie kan optreden wanneer er koude zeelucht onder een warmere luchtlaag aanwezig is, wat kan leiden tot een inversie-effect. Dit zorgt ervoor dat de rookpluim van de centrale dicht bij de grond blijft hangen, omdat de warme rookgassen niet door de koudere lucht kunnen stijgen. In zo'n situatie kan de rookpluim zich niet goed verspreiden en blijven verontreinigende stoffen dichter bij de grond en in de buurt van de centrale hangen.
• Inversie-effect: Vooral bij rustige weersomstandigheden en 's nachts kan zich een temperatuurinversie vormen, waarbij een laag koude lucht wordt ingesloten onder een warmere luchtlaag. Dit kan de verspreiding van de rookpluim beperken en leiden tot hogere concentraties van verontreinigende stoffen op leefniveau. De nabijheid van de zee kan dit proces versterken, omdat de zeelucht koeler is en de inversie langer kan aanhouden.
4. Zout en vochtigheid van de zeelucht

• Chemische interacties: De zeelucht bevat een hogere concentratie van zoutdeeltjes (chloriden) en vocht, wat invloed kan hebben op de chemische reacties in de rookgassen. Zwaveldioxide (SO₂) en stikstofoxiden (NOx) uit de rookgassen kunnen in de aanwezigheid van vocht en chloride-ionen reageren en omgezet worden in secundaire verontreinigingen zoals zwavelzuur (H₂SO₄) en nitraten. Deze reacties kunnen leiden tot de vorming van zure regen of fijnstof.
• Corrosie-effecten: De zoutdeeltjes uit de zeelucht kunnen ook bijdragen aan verhoogde corrosie van metalen oppervlakken, inclusief de schoorsteen en andere structuren van de centrale. Dit kan indirect invloed hebben op de effectiviteit van de emissiebehandelingssystemen.
5. Langere afstand tot de woongebieden

• Verstedelijking en menselijke blootstelling: Omdat de centrale zich dicht bij de zee bevindt en verder van bewoonde gebieden kan liggen, kan de onmiddellijke blootstelling van mensen aan de emissies lager zijn. De dijk kan ook fungeren als een barrière die scheiding biedt tussen het industriële gebied en woonwijken. Als de rookpluim snel wordt afgevoerd door de zeewind en zich over een groter gebied verspreidt, kan de lokale blootstelling aan verontreinigende stoffen worden verminderd.
Samenvatting van de invloed van dijk en zee op de emissies

• Verspreiding door zeewind: De zeewind kan de rookpluim sneller verspreiden en de concentraties van verontreinigende stoffen verdunnen. Windrichting en windsnelheid bepalen waar de emissies naartoe gaan, meestal landinwaarts.
• Dijk en lokale luchtstromen: De dijk heeft beperkte invloed op de hoge rookpluim, maar kan lokaal de luchtstromen en verspreiding van vervuiling aan de grond beïnvloeden. Turbulentie achter de dijk kan ervoor zorgen dat rookgassen langer in de buurt van de grond blijven hangen.
• Kustlijnfumigatie: In bepaalde omstandigheden kan koudere zeelucht zorgen voor kustlijnfumigatie, waarbij de rookpluim niet goed kan stijgen en dicht bij de grond blijft. Dit kan lokaal hogere vervuilingsniveaus veroorzaken.
• Vochtigheid en zout: De vochtige en zoute zeelucht kan chemische reacties in de rookgassen bevorderen, wat leidt tot de vorming van zure regen en fijnstof. Ook kan zout bijgedragen aan corrosie van installaties.
Conclusie

De nabijheid van de zee en de aanwezigheid van de dijk hebben een complexe invloed op de emissie en verspreiding van rookgassen van een reststoffenenergiecentrale. De wind vanaf zee kan de rookpluim sneller verdunnen en verspreiden, maar kan in bepaalde gevallen ook leiden tot verhoogde concentraties van vervuilende stoffen dicht bij de grond door kustlijnfumigatie.