Zwartboek
We voegen de link naar het rapport van de Noordelijke Rekenkamer bij. Provinciale Staten van Fryslân hebben de Noordelijke Rekenkamer verzocht te onderzoeken of het provinciebestuur van Fryslân in het dossier REC zorgvuldig heeft gehandeld. Het onderzoek wijst uit dat het proces van vergunningverlening indertijd onder grote tijdsdruk heeft gestaan. Centrale onderzoeksvraag ‘- In hoeverre heeft de provincie Fryslân in het proces van vergunningverlening voor de REC zorgvuldig gehandeld door de milieuaspecten goed in kaart te brengen en de in het geding zijnde belangen goed tegen elkaar af te wegen?– In hoeverre heeft de provincie Fryslân naar behoren gecommuniceerd over de komst van de REC, in hoeverre heeft deze communicatie het maatschappelijk draagvlak beïnvloed en was het gewenste draagvlak aanwezig ten tijde van de besluitvorming?– Hadden Provinciale Staten een rol in het proces van vergunningverlening voor de REC en zo ja hebben Provinciale Staten deze rol kunnen vervullen?
1. Overbodig
De afgelopen jaren zijn er manieren gevonden om minder afval te laten ontstaan en om afval niet langer als eindfase te zien maar als grondstof. Denk bijvoorbeeld aan de landelijke campagne met het oranje plastic mannetje en de bijbehorende inzamelingsstations. Daardoor is fiks minder afval ontstaan voor verbranding. Tegelijkertijd zijn er veel ovens bijgebouwd, niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland en België. Beide ontwikkelingen hebben geleid tot een dramatisch andere situatie op de Nederlandse afvalmarkt in vergelijking met het jaar 2006 waarin Omrin besloot een afvaloven in Harlingen te bouwen. Toen was een belangrijk motief voor Omrin om een afvaloven te bouwen de anticipering op een tekort aan verbrandingscapaciteit. Sinds september 2008 is er feitelijk in Nederland geen tekort aan verbrandingscapaciteit meer. Dat blijkt uit de cijfers van het overheidsagentschap Senter Novem. Sinds september 2008 wordt geen verklaring van vollast meer afgegeven door Senter Novem. Zo’n verklaring van vollast is nodig om het afval te kunnen storten. Een verklaring wordt alleen afgegeven als er geen andere verwerkingsmogelijkheden zijn. Overigens wordt het bestaan van teveel afvalverbrandingscapaciteit ook niet meer ontkend door Omrin.
Als oplossing voor de overcapaciteit geeft Omrin aan dat de pas in gebruik genomen afvaloven in Delfzijl gesloten zou moeten worden.
Inmiddels wordt er in Nederland en andere Europese landen, gevochten om elke zak vuilnis. De eerste afvaloven in Nederland die vanwege een tekort aan afval binnenkort dicht gaat is die van AVR in Rotterdam. Plannen voor het bijbouwen van verbrandingscapaciteit worden geschrapt, zoals bijvoorbeeld in Wijster en Alkmaar. In Duitsland is momenteel bijna net zoveel overcapaciteit aan ovens als de gehele Nederlandse bestaande capaciteit. Onze Oosterburen zullen dan ook steeds meer naar afval in Nederland gaan lonken. De strijd om afval zal nog heftiger worden is de algemene Nederlandse en Duitse conclusie, waardoor nog meer druk op de verbrandingsprijzen zal ontstaan. Omdat de recyclingbedrijven hier niet tegen kunnen concurreren wordt er steeds meer recyclebaar afval verbrand. De branchevereniging heeft in een brief van 11 september j.l. aan de minister hier opnieuw voor gewaarschuwd. Zij wijst er bovendien op dat door het verbranden er kostbare grondstoffen verloren gaan terwijl er bij recycling tot drie keer meer CO2 gereduceerd wordt als bij verbranding. In de arbeidsintensieve recyclingindustrie werken nu nog 80.000 mensen.
2. Slechte oven, te lage schoorsteen, experiment en de minimale filtering
De afvaloven bij Harlingen is van een bedenkelijke kwaliteit en in menig opzicht helaas uniek in Nederland en ver daarbuiten. Nergens in Europa, ook in Duitsland niet, is een vergelijkbare installatie gebouwd. OMRIN heeft in volle overtuiging voor deze installatie gekozen terwijl er duidelijk een fiks aantal tekortkomingen aan zitten. Die tekortkomingen zullen voor aanzienlijke risico’s betreffende de veiligheid en gezondheid van omwonenden zorgen. Omrin heeft bewust deze keuze gemaakt, vooral om de kosten te drukken.
Op een cynische manier is de keuze van een bedrijf om zo goedkoop mogelijk te werken nog te begrijpen. Maar moreel gezien is het zeer verwerpelijk.
Kwalijker is nog dat de toezichthouder op de milieuvergunning (de provincie Fryslân) Omrin in haar handelswijze steunt en verzuimt om eigen onderzoek te doen of de minimaal uitgevoerde installatie daadwerkelijk kan voldoen aan de eisen die in de milieu-vergunning gesteld worden.
Concreet schiet de geplande afvaloven op de volgende punten te kort:
· Er mogen gedurende langere tijd 10.000 ton stinkende en brandbare balen afvalstoffen worden opgeslagen op het buitenterrein. Dit is voor zover ons bekend nergens in Nederland toegestaan. Dit is het gevolg van de situatie dat slechts één oven wordt gebouwd. Omrin heeft deze buitenopslag om die reden nodig. De vraag is zelfs of buitenopslag van brandbare afvalstoffen in plastic, dus buiten containers, wel conform de Europese minimumstandaarden is. Er zijn in ieder geval onvoldoende voorzieningen getroffen om stankgolven als gevolg van niet afgesloten, in balen opgeslagen rottend afval, te voorkomen. De huidige manier van opslaan in Oude Haske is ontoereikend. Vogels en ratten hebben de balen daar opengevreten.
· Er zijn onvoldoende voorzieningen getroffen noch voorschriften opgenomen om de kans op brand in de buitenopslag te voorkomen. Kennelijk heeft de provincie geen lessen willen leren uit eerdere branden in Drachten en in Oude Haske.
· De configuratie met slechts één oven is uniek in Nederland. Er is geen andere situatie in Nederland waarbij slechts één oven aanwezig is. Additioneel aan de stank van de buitenopslag gaat dit problemen opleveren met betrekking tot stankemissie uit de hal tijdens stilstand van de oven.
· De rookgasreiniging van Omrin oven is de meest eenvoudige en goedkoopste wijze van rookgasreiniging bij afvalverbrandingsinstallaties. Andere bedrijven als SITA Roosendaal en BKB (E.ON) in Groningen bouwen een tweetraps doekfilterinstallatie. Omrin gaat voor de goedkoopste oplossing met slechts één doekfilter.
· De provincie weet niet of de emissienormen tijdens normaal bedrijf haalbaar zijn met het ééntraps doekfilter. Ook naar de StAB heeft de provincie bevestigd dit niet te weten. De provincie vaart hier kennelijk blind op informatie van Omrin.
· De “halve schoorsteen” is uniek in Nederland en zeldzaam in Europa. StAB verwijst naar de situatie bij de afvalverbrandingsinstallatie van Bamberg. Echter, de rookgasreiniging in Bamberg is superieur aan die van de Harlinger afvaloven (factor
5-10 in termen van emissies). De halve schoorsteen bij de Omrin oven is gemakshalve in de aanvraag opgenomen omdat zo een wijziging van het bestemmingsplan nodig is.
· Het aantal vergunde storingsuren van 60 is veel te hoog voor een nieuwe installatie. Door twee filtersystemen parallel te bouwen had dit aantal storingsuren tot nul kunnen worden gereduceerd. De nu vergunde situatie leidt tot een onnodig hoge belasting van de omgeving met giftige stoffen zoals dioxines en furanen. De reden voor het ontbreken van een dubbele uitvoering is zoals ook al eerder vermeld het beperken van de kosten. Met andere woorden: op grond van kostenoverwegingen wordt een onnodig hoge belasting van de omgeving met giftige stoffen zoals de extreem risicovolle dioxines en furanen geaccepteerd.
De opmerkelijke combinatie van één oven, een te lage schoorsteen en slechts beperkte rookgasreiniging maakt dat hier sprake is van een niet adequaat ontwerp van de afvalverbrandingsinstallatie in Harlingen.
2.1 Rookgasreiniging
De rookgasreiniger van Omrin bestaat uit één doekfilter voorafgaand door een elektrostatisch filter. Na het doekfilter volgt er nog een katalytische stikstof verwijderaar. Het elektrostatische filter heeft tot doel zo veel mogelijk stof af te vangen. Dioxinen en furanen hechten zich aan stofdeeltjes, maar dit soort filter heeft als bijwerking dat het de dioxine- en furanenconcentratie twee tot vier maal verhoogd. In deze situatie is dit filter dan ook een verkeerde keuze. Door toevoeging van natriumbicarbonaat kunnen de zure stoffen door het
doekfilter uit het rookgas gefilterd worden. Voorwaarde is wel dat dit bij een voldoend hoge temperatuur gebeurt. Bij de Omrin afvaloven is dit niet het geval. De gerenommeerde Duitse expert ingenieur Karpf stelt: “De uitstootlimieten van HF, HCl en SO2 zijn zeer moeilijk te halen en dan alleen d.m.v. een aanzienlijke overdosering van natriumbicarbonaat” Hierop heeft de provincie geen antwoord.
Het filteren van zware metalen, dioxinen en furanen gebeurd door het doekfilter onder toevoeging van actieve kool. (en zwavel of SO2) Een voorwaarde hierbij is dat dit bij voldoende lage temperatuur gebeurd. Voor wat betreft kwik is dit hier niet het geval. De uitstootlimiet van kwik kan volgens de heer Karpf hierdoor niet gehaald worden. Ook hierop heeft de provincie Fryslân geen antwoord. Mede door het ontbreken van deze cruciale informatie blijft de conclusie van ingenieur Karpf overeind: “In het licht van de ervaringen met reeds bestaande installaties en de voor Harlingen gestelde randvoorwaarden kunnen de vereiste uitstootlimieten (als jaar- of daggemiddelden) niet duurzaam en betrouwbaar worden gerealiseerd.”
2.2 Korte schoorsteen.
Het is moeilijk om betrouwbare verspreidingsberekeningen te maken, maar niet onmogelijk. In dit geval, waarbij de schoorsteen erg kort is, is het maken van goede verspreidingsberekeningen van cruciaal belang om te weten of de omwonenden blootgesteld zullen worden aan ontoelaatbare concentraties schadelijke stoffen. De belangrijkste punten van kritiek op de verspreidingsberekeningen zijn het niet juist omrekenen van de maten van het gebouw en het niet onderzoeken van de invloed van de windmolen. Ook in dit geval is het wederom opmerkelijk om te constateren dat de provincie als vergunningverlener (en straks ook handhaver) weigerde inzage te geven in toetsingen van emissie- en immissieberekeningen ondanks een beroep op de WOB.
3. Gezondheidsrisico’s
Vanwege het grote tekort aan afval, zal er volgend jaar afval uit het buitenland geïmporteerd worden. In Engeland bijvoorbeeld is er nog een tekort aan verbrandingscapaciteit. Dit is een gevolg van de weerstand die daar is tegen afvalverbrandingsovens. Dit komt omdat men daar bewust is van de gevaren van de uitstoot. Het is triest om te moeten constateren dat hoewel Nederland al een slechte luchtkwaliteit heeft, hier ook nog eens buitenlands afval verbrand gaat worden.
Vele studies, zowel oude als nieuwe, laten zien dat overal ter wereld woongemeenschappen in de buurt van verbrandingsovens, zelfs moderne installaties, te lijden hebben van hogere percentages kanker en ademhalingsproblemen. In het onlangs uitgegeven Paris Appeal Memorandum, dat wordt gesteund door het European Standing Committee of Doctors (dat 2 miljoen artsen vertegenwoordigt), is een moratorium bepleit op het bouwen van nieuwe verbrandingsovens. Ook professor Lucas Reijnders is bezorgd over de gezondheid van de omwonenden van de Harlinger afvaloven. Hij wijst erop dat de Harlinger oven er relatief slecht uit springt t.o.v. de andere Nederlandse ovens. Dit o.a. vanwege de relatief lage schoorsteen, de relatief primitieve rookgasreiniging en de 60 uur waarbij er ongefilterd uitgestoten mag worden.
Omrin en de gemeente Harlingen beweren op basis van onderzoeken door de GGD en het RIVM dat er geen gevaar voor de volksgezondheid te verwachten is. Dit behoeft de nodige toelichting. Het verslag dat de gemeente Harlingen over het onderzoek van de GGD naar
buiten heeft gebracht roept nogal wat vragen op. Zo is dit verslag noch ondertekend, noch gedateerd. Het onderzoek blijkt een literatuur onderzoek te zijn. De verwijzingen naar deze literatuur zijn echter vaag: “internationale wetenschappelijke literatuur, WHO” enz.
De GGD is bij haar onderzoek uitgegaan van de uitstoot, zoals vermeld in het MER.
Echter niet de uitstoot is bepalend voor de invloed op de gezondheid, maar de concentraties van de verschillende stoffen in de lucht op leefhoogte. Voor verschillende van deze stoffen bestaan er voor de omgeving van Harlingen geen betrouwbare achtergrondwaarden. De afvaloven mag 60 uur per jaar ongefilterd lozen. Onduidelijk is ook of en hoe de GGD hier rekening mee heeft gehouden.
Het RIVM heeft geen algemeen onderzoek gedaan naar de risico’s van de afvaloven voor de gezondheid van de omwonenden. Op verzoek van de GGD heeft het RIVM een oordeel gegeven over de risico’s van de uitstoot van de stof Bisfenol A. De inschatting van het RIVM is dat er geen wezenlijke emissies van bisfenolen zal optreden bij een vuilverbrander. Maar mocht de provincie op grond van ervaringen met andere vuilverbranders wel tot de conclusie komen dat er bisfenolen uitgestoten worden, dan is het RIVM bereid om nader te informeren over de gezondheidsrisico’s. Kwalijk hierbij is dat er geen directe metingen van de luchtkwaliteit op leefhoogte in de omgeving van de afvaloven gedaan zullen worden terwijl de berekeningen van deze concentraties ter discussie staan.
In een rapport van een onderzoek dat de GGD in opdracht van de stichting afvaloven Nee heeft gedaan concludeert J.M.T. Janssen (arts): “Het is verder niet uit te sluiten, dat de activiteiten van de REC zullen leiden tot een zekere mate van geur- en geluidhinder. Die hinder kan bij een gering aantal omwonenden leiden tot gezondheidsklachten. Effecten op de psychische gezondheid zijn niet uit te sluiten als mogelijke gevolgen van de ervaren geur- en geluidhinder” De GGD heeft het rapport waarin o.a. dit vermeld staat ingetrokken omdat de schoorsteenemissies van de MER afweken van die van de aanvraag. Omdat dit niet geldt voor de geuremissies blijft de conclusie van de heer Jansen overeind.
4. De rol van de provincie
4.1 Achterhouden gegevens door Gedeputeerde Staten van Fryslân.
Ondanks vragen, verzoeken, brieven en telefoontjes bleek het bestuur van de provincie niet bereid om inzage te geven in de documenten die ten grondslag lagen aan haar besluit om een milieuvergunning te geven op de aanvraag van Omrin. De stichting afvaloven Nee en zelfs een aantal politieke partijen zagen zich hierdoor genoodzaakt om een WOB procedure te starten. Tegelijkertijd werd door de gedeputeerde voor Omrop Fryslan verteld dat de oven geen kwaad kon omdat er een vergelijkbare oven in Duitsland stond. Mensen zijn bewust op het verkeerde been gezet omdat de gedeputeerde later heeft toegegeven dat er geen vergelijkbare oven in Duitsland bestaat. Deze leugen is schokkend te noemen omdat het ermee wordt aangetoond hoe de provincie blijkbaar mensen monddood wil maken.
De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) adviseert de Raad van State op het technisch vlak. De Raad van State heeft het StAB ook met betrekking tot de afvaloven om advies gevraagd. De StAB heeft een zelfstandig en onafhankelijk onderzoek ingesteld en heeft onder andere met betrokken partijen gesproken. Over kritiek op de berekeningen blijkt de StAB onjuist te zijn ingelicht. In haar verslag van 1 juli 2009 meldde de StaB het volgende:
“In de considerans is aangegeven dat de verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met het Nieuw Nationaal Model (..) Bij de beoordeling van de aanvraag heeft het College zich laten bijstaan door twee ter zake deskundige externe bureaus en deze hebben geen onjuistheden gevonden
in de berekeningen”. (hoofdst. 8 over het onderwerp verspreidingsberek. (p. 43)
En twee regels verder merkt de StAB over hetgeen haar door GS over deze deskundigen verder nog is meegedeeld het volgende op:
“Het college heeft zich laten bijstaan door externe bureaus. In paragraaf 1.7 van dit verslag is reeds aangegeven dat dit heeft geleid tot een beroep op
de Wet openbaarheid van bestuur. Uit de gesprekken met de vertegenwoordigers van het college is gebleken dat zowel Royal Haskoning als Witteveen + Bos bij de kwestie betrokken zijn geweest. Door genoemde bureaus zijn geen rapportages opgesteld”.
Maar wat blijkt echter uit de stukken die kort nadien openbaar werden onder druk vanuit Provinciale Staten? Daar zat een uitvoerig rapport tussen van 28 pagina’s dik van het bureau Royal Haskoning, gedateerd 27 juni 2008 en voorts een concept notitie van dit zelfde bureau gedateerd 16 juli 2008 en een mail gedateerd 24 juli 2008.
Niet alleen blijkt er dus in afwijking van de mededeling aan de StAB wél sprake te zijn geweest van een opgestelde rapportage, maar vooral is ernstig dat deze (tegenover de StAB nog verzwegen) stukken zware kritiek bevatten. Dat GS liever niet hadden dat het rapport van Royal Haskoning openbaar werd valt te begrijpen gezien de politieke beladenheid die het dossier toen al had. Dat deze rapporten ook voor de Raad van State verzwegen werden getuigt van minachting voor de onafhankelijke rechtspraak in Nederland. Kwalijker voor de bevolking is dat waar grote belangen als gezondheid in het geding zijn het provinciale bestuur hier onverantwoord mee omgaat en zich daarmee ontmaskert als onbehoorlijk bestuur.
4.2 Verantwoordelijkheid provincie.
Op 27 juni 2008 bracht Royal Haskoning een definitief rapport aan de provincie uit met samengevat daarin per onderdeel de volgende conclusies:
Lucht
De rapportage behorende bij de aanvraag voldoet niet aan de daarvoor geldende eisen. Daarnaast bevat de rapportage de nodige onduidelijkheden en/of onjuistheden. De rapportage dient derhalve te worden aangepast om een goede toetsing mogelijk te maken. Aangezien de rapportage aangepast dient te worden, dient in de nieuwe rapportage te worden uitgegaan van de Wet luchtkwaliteit in plaats van het Besluit luchtkwaliteit.
Geluid
Het akoestisch onderzoek is sober uitgevoerd. Het ontbreken van een goede onderbouwing voor diverse prognoses houdt voor de initiatiefnemer een zeker risico in. Daarnaast is bij een deel van de geluidbronnen de 31,5- en 63 Hz-band niet meegenomen in de berekeningen.
Daardoor is niet zeker dat aan de voorgestelde grenswaarden kan worden voldaan.
Bodem
Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek voldoet niet aan de gestelde eisen uit de voorgeschreven aanpak uit het protocol ‘Bodemonderzoek Milieuvergunningen en BSB’ en dient voorafgaande aan de start van de bouwactiviteiten opnieuw uitgevoerd te worden. De gegevens met betrekking tot bodembescherming zijn onvolledig. Uit de beoordeling van de vergunningaanvraag met betrekking tot bodembescherming kan niet worden opgemaakt of alle bedrijfslocaties en activiteiten zijn beoordeeld.
Energie
De berekeningen met betrekking tot thermische en elektrische rendementen zijn niet goed onderbouwd en energiebalansen zijn niet transparant. Er wordt uitgegaan van een hoog ketelrendement, echter een basis hiervoor wordt niet gegeven.
Veiligheid
Aangezien niet de juiste classificatie is gebruikt kan strikt genomen niet worden getoetst of de inrichting onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRO’99) valt. Daarmee kan ook niet worden vastgesteld voor de inrichting BEVI van toepassing is. De classificatie van gevaarlijke stoffen moet worden opgegeven conform de Wet Milieugevaarlijke Stoffen (Wms).
Natuur en Ecologie
In de quickscan Flora- en faunawet ontbreekt het nog aan essentiële informatie. Deze informatie dient te worden toegevoegd om te voldoen aan de eisen vanuit de Flora- en Faunawet. Hiervoor is de provincie echter niet het bevoegd gezag. Uit de voortoets in het kader van de Natuurbeschermingswet komt naar voren dat de bouw van de REC effecten veroorzaakt op beschermde natuurwaarden,het betreft echter geen significante affecten. Mogelijk is een nadere toetsing vereist in de vorm van een Verstoring- en Verslechteringstoets. Het bevoegd gezag bepaalt of deze nadere toetsing vereist is.
Best Beschikbare Technieken
De vereiste BBT/IPPC toetsen zijn uitgevoerd. Een globale inhoudelijke beoordeling heeft geleid tot enkele opmerkingen. Deze zijn aanleiding tot een (geringe) aanvulling. Er zou overwogen kunnen worden om aanvullend op basis van het BREF Cross Media & Economics een afweging te maken tussen de toepassing van een natte en droge rookgasreiniging. Hierin worden dan naast de milieueffecten in de diverse compartimenten (zoals lucht, water, energie, bodem, geluid) ook de financiële consequenties in kaart gebracht (kosten en baten). Op basis hiervan kan dan een kosteneffectiviteitberekening worden uitgevoerd voor de alternatieve mitigerende maatregelen. Dit levert een nadere onderbouwing voor de opzet van de rookgasreiniging zoals door Omrin wordt voorgesteld;
A&V beleid en AO/IO
Het AV-AO/IC document is onvolledig en dient worden aangevuld met name ten aanzien van de administratieve procedures.
Gelet op bovenstaande kan de aanvraag in de huidige vorm niet in behandeling worden genomen. Voor zover GS van de provincie Friesland dit concluderen, kunnen zij Omrin alsnog in de gelegenheid stellen om de gegevens aan te vullen.
Ontwerpbeschikking
De considerans en voorschriften zijn getoetst en dit is aanleiding tot een aantal opmerkingen en adviezen zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van dit rapport.
Ondanks dat de provincie aanpassingen heeft gedaan heeft zij (provincie) geen documenten overlegt waaruit blijkt dat Royal Haskoning aangetoond heeft dat de afvaloven aan de gestelde eisen kan voldoen. Dit terwijl de provincie verklaard heeft dat zij alle beschikbare informatie openbaar gemaakt heeft.
Opvallend hierbij is, dat zowel de provincie als Omrin naar aanleiding van het StAB rapport aangeven, dat er niet zoveel gegevens waren over de uitvoering van de installatie ten tijde van de aanvraag. De aanvraag liep immers parallel aan het ontwerpen van deze installatie.
Daarmee erkent Omrin, dat er geen vergelijkbare installaties bestaan. De volgende stap die in de redenering van de provincie en van Omrin wordt gezet is, dat de grenswaarden die zijn aangevraagd passen binnen de BREF(document waarin de best beschikbare techniek beschreven staan). En als we dan die grenswaarden in de milieuvergunning zetten, dan zijn die normen met deze installatie haalbaar, aldus de provincie. Maar die stelling wordt niet onderbouwd.
De provincie gaat volledig af op wat Omrin beweert, zonder controle. In een notitie d.d. 16 juli 2008 van Royal Haskoning maakt dit bureau opmerkingen over de concept- ontwerpbeschikking. Uitdrukkelijk wordt op bladzijde 5 van die notitie aangegeven, dat omdat de installatie nog moet worden gerealiseerd, het nog niet bekend is aan welke normen de installatie kan voldoen! Een vergelijkbare installatie is er immers niet. Royal Haskoning adviseert daarom om de maximale bovengrens uit de BREF te hanteren voor de daggemiddelde concentratie. En daarom stelt de provincie normen net binnen de BREF. Maar het blijft de vraag of de afvaloven zelfs aan aan die ruime normen kan voldoen.
Royal Haskoning adviseert de provincie bovendien om beter te motiveren, dat geen andere technieken beschikbaar zijn, waarmee ruimer binnen de bandbreedte van de BREF wordt gebleven. Die technieken zijn er natuurlijk wel, want slechte ontwerp van deze afvaloven zorgt ervoor, dat de emissies hoger zijn dan verwacht mag worden van een nieuwe afvaloven. Het toepassen van de best beschikbare technieken zou moeten leiden tot een zo hoog mogelijk niveau van bescherming van het milieu.
Naar het aspect geurhinder is te weinig onderzoek gedaan, zoals ook de StAB constateert. Naar het realiseren van de onderdruk in de afvalbunker en de opslag van brandbaar afval en bodemas op het buitenterrein is geen enkel onderzoek gedaan. In het MER komt het aspect geurhinder niet voor, terwijl de stank vanuit de afvalbunker of van gassen die ongereinigd uit de pijp komen enorm zal zijn in het geval van storing/stilstand. De StAB constateert ook, dat er geen controle is op geur vanuit de afvalbunker en in een situatie van stilstand. De provincie geeft in reactie op het StAB-rapport ter zake aan, dat geuremissies ten gevolge van de opslag van afvalstoffen buiten niet worden verwacht, omdat dat afval wordt verpakt. Maar de StAB constateert terecht, dat uit de aanvraag en de vergunning niet blijkt op welke wijze de afvalstoffen worden opgeslagen en dat niet is voorgeschreven, dat de verpakking luchtdicht is. Opnieuw vertrouwt de provincie bijna blindelings op Omrin.
De StAB concludeert (hoofdstuk 14.2), dat de vergunning geen voorschriften bevat om lichthinder of lichtuitstraling naar de Waddenzee te beperken. Het MER geeft hier wel enige informatie over, aldus de StAB, maar het MER maakt dus geen onderdeel uit van de vergunning, zodat we daaraan niets hebben. Wie het nog snapt mag het zeggen.
Het is in dit licht overigens opmerkelijk dat Omrin, de provincie evenals diverse gemeentes, consequent in de media aangeven dat de oven aan strenge normen moet voldoen. Men vergeet, voor het gemak wellicht, dat vooraf getoetst moet worden of de oven wel aan die normen kan voldoen. Schermen met strenge vergunningsnormen is een schertsvertoning in dit geval. Waar het om draait zijn garanties dat aan de eisen voldaan kan worden. En die garanties zijn er niet.
4.3 Onafhankelijkheid provincie
De provincie behoort bij de vergunningverlening onafhankelijk te zijn. Dat dit niet het geval is is vast komen te staan tijdens de zitting over de milieuvergunning bij de Raad van State op 15 oktober j.l. Tegen het einde van deze zitting vroeg een van de rechters aan alle advocaten en de andere bezwaarmakers nog om een laatste woord. Hierop meldde de advocaat van de provincie, die na de advocaat van Omrin aan het woord kwam, dat Omrin al een bepaald deel had verteld zodat hij als advocaat van de provincie dit niet meer hoefde te doen. Hiermee viel de provincie wat haar onafhankelijkheid als vergunningverlener betreft duidelijk door de mand. De provincie heeft hiermee laten zien dat zij haar rol als toetsend en controlerend orgaan niet serieus neemt.
Voormalig gedeputeerde voor Milieu Ton Baas is tegenwoordig commissaris bij Fryslân Milieu, onderdeel van Omrin. De huidige woordvoerder van Omrin, Sape Jan Terpstra was als topambtenaar de rechterhand van de huidige gedeputeerde Piet Adema. Zowel dhr. Baas als dhr. Terpstra zijn door hun voorgaande publieke functies nagenoeg geheel op de hoogte van de werkwijze, de informatie en de betrokken ambtenaren van de provincie voor wat betreft de afvaloven. Hoewel dit misschien formeel wel kan, geeft dit ook aan dat het onderscheid tussen provincie en Omrin voor buitenstaanders niet altijd even scherp te zien is.
4.4 Onbehandelde bezwaren
De Rechtbank Leeuwarden heeft geoordeeld, dat het MER geen onderdeel is van de vergunning. De provincie Fryslân is er echter bij de beoordeling van de vergunning en de zienswijzen op de ontwerp milieuvergunning van uit gegaan dat de MER wel degelijk deel uitmaakt van de vergunning. Zo staat o.a. op blz. 114 van de beschikking onder ad Aj: “Het MER maakt deel uit van de aanvraag en de aanvraag maakt deel uit van de vergunning.” Uitgaande van de rechterlijke uitspraak betekent dit dat de provincie de milieuvergunning op verkeerde gronden heeft afgegeven en dat vele zienswijzen onjuist zijn beantwoord.
Het is zeer kwalijk dat de provincie niet zelf de verantwoordelijkheid voor de door haar gemaakte kardinale fout heeft genomen. Door deze handelswijze wordt ook dit op het bordje van de Raad van State geschoven. En dit bordje is al zo vol. Bovendien probeert Omrin door als een bezetene te bouwen de maatschappij voor voldongen feiten te plaatsen. Hierdoor is het risico aanzienlijk dat reële bezwaren uit de zienswijzen tussen wal en schip belanden.
4.5 Provincie heeft belang bij vestiging afvaloven
Samen met de gemeentes Harlingen, Franeker, Menaldumadeel en Leeuwarden participeert de provincie Fryslân in de Ontwikkelingsmaatschappij Westergo BV. Bedrijven, zoals Omrin, die zich willen vestigen in het Harlinger havengebied moeten zich daar vervoegen. Als ontwikkelaar van de nieuwste Harlinger haven is het de provincie Fryslân er veel aan gelegen om bedrijven aan te trekken. Een bedrijf als Omrin dat met de bouw van een afvaloven ook nog eens belooft een magneet voor andere nieuwe bedrijven te zijn kwam anno 2006 als een geschenk uit de hemel. Wellicht dat de weinig kritische houding in het vergunningentraject
terug te voeren is op het financiële belang van de provincie als project-ontwikkelaar van de Harlinger haven.
4.6 Er is geen hoog rendement van deze afvaloven.
Het hoge milieurendement waar Omrin mee schermt is een discutabele factor. Levering van energie aan de zoutfabriek om daarmee een CO2 reductie tot stand te brengen lijkt een nobel streven. Echter om aan de hoge energiebehoefte van de zoutfabriek te kunnen voldoen was het noodzakelijk de afvaloven te vergroten met 28.000 ton. Dus een afvaloven, bestemd voor het Friese afval, wordt expres groter gemaakt om aan de energiebehoefte van ESCO bv te kunnen voorzien. Deze tegengestelde gedachte wordt versterkt omdat er sowieso met afval gesleept moet worden omdat er binnen Friesland te weinig afval is.
Overigens, berekeningen hebben aangetoond dat er minder dan 35% Fries afval verbrand zal gaan worden in de afvaloven. De cijfers waar Omrin mee schermt worden niet onderbouwd en als Omrin al gegevens laat zien dan zijn dat cijfers van afval dat nog gescheiden moet worden. Links of rechts om, er is veel afval van buiten Friesland en van buiten Nederland nodig om de oven vol te krijgen en de energiehonger van ESCO te voeden. Het gevolg van het tekort aan afval is dat Omrin niet aan het noodzakelijke milieurendement kan voldoen. Immers, de oven moet met de maximale capaciteit draaien om de energie op te kunnen wekken voor de zoutfabriek. Minder verbrand afval betekent een evenredige afname van het milieurendement. Het grote tekort aan afval betekent dat de zoutfabriek toch kostbare energie in de vorm van aardgas zal moeten gebruiken voor het productieproces. Er zal dus een lagere bijdrage worden geleverd aan de CO2-reductiedoelstellingen. Deze bijdrage zal nog eens veel lager uitvallen door de niet meegerekende CO2 uitstoot t.g.v. het vervoer van afval naar het relatief afgelegen Harlingen.
De stelling dat Omrin aan alternatieve afnemers energie zal gaan leveren, mocht de zoutfabriek stoppen, klopt niet. Want er zijn geen alternatieve afnemers van enig belang. De veronderstelling dat de afvaloven een aanzuigende werking zou hebben op nieuwe bedrijven die zich in de industriehaven zouden gaan vestigen blijkt een fantasie. Want enige ontwikkeling hierin is er niet. Omrin heeft zelfs aangegeven dat bij het wegvallen van de zoutfabriek er geleverd zal gaan worden op het elektriciteitsnet. Daarmee wordt aangegeven dat er geen alternatieve bedrijven zijn. De haven blijft leeg.
Er is zelfs geen enkele fysieke verbinding tussen de afvaloven en ESCO waardoor er geen warmte van de afvaloven geleverd kan worden aan ESCO. Er is sprake van de bouw van een hogedrukleiding stoomleiding, maar tot nu toe is daar nog geen vergunning voor verleend.
4.7 Veiligheid
Om energie aan de zoutfabriek te kunnen leveren is er een hogedrukleiding nodig die van de afvaloven naar de zoutfabriek loopt. Deze hogedrukleiding kan niet anders lopen dan langs de zeedijk. De zeedijk die ervoor dient overstromingen tegen te gaan is een bijna heilig stuk gebied. En terecht. Want wie aan de zeedijk komt, komt aan de veiligheid. Om die veiligheid te garanderen is er een veiligheidszone gecreëerd langs de zeedijk. Die veiligheidzone loopt langs de gehele kust van Nederland en is overal even breed. Rond de zomer van 2009 heeft het B&W van Harlingen een herziening van het bestemmingsplan van de industriehaven aan de gemeenteraad van Harlingen voorgelegd. Deze herziening was nodig om 2 verschillende bestemmingsplannen van de industriehaven te integreren tot 1 bestemmingsplan. Het voorstel leek een hamerstuk en is ook als zodanig door de raad behandeld.
Echter, nader onderzoek heeft aangetoond dat er in het nieuwe bestemmingsplan een deel uit de veiligheidszone is veranderd, cq. versmald. Precies op de plek waar de hogedrukleiding van Omrin naar de zoutfabriek zou moeten komen te liggen is de veiligheidszone zodanig versmald dat er precies een hogedrukleiding kan en mag worden gebouwd. Hoe de inmiddels bekende “knip in de dijk” is ontstaan is tot op heden een groot raadsel. Een onafhankelijk onderzoek kan aantonen hoe die knip is ontstaan. Echter, elke initiatief hiertoe wordt niet genomen. Ondertussen ontstaat er een ongewenst risico omtrent de veiligheid.
Door de “knip in de dijk” lijkt het erop dat er zonder noemenswaardige problemen een hogedrukleiding vlak langs de zeedijk gebouwd kan worden. Echter, wat uit onderzoek ook naar voren is gekomen is dat de versmalling niet ver genoeg is doorgetrokken. Net voor de afvaloven komt de veiligheidszone weer terug in zijn oorspronkelijke breedte. Omrin heeft al via tekeningen laten zien hoe zij het probleem om de hogedrukleiding aan te gaan leggen denkt op te lossen. Via een bochtenstelsel zal de hogedrukleiding de versmalde veiligheidszone bereiken, waarna het langs de dijk verder loopt. Maar juist bij een hoge drukleiding is het een vereiste dat er zo weinig mogelijk bochten in de leiding worden gebouwd. Door deze extra bochten ontstaat er een groter risico voor de zeedijk en daarmee voor de veiligheid.
4.8 Handhaving
De gedeputeerde heeft steeds geprobeerd om bezorgdheid bij de bevolking weg te nemen. Zo heeft hij ook meerdere malen gezegd dat er streng gehandhaafd zal worden.
Voor de periode waarin geheid moest worden voor de bouw van de afvaloven waren regels opgesteld door de provincie. Die regels zijn met voeten getreden maar de provincie heeft zelfs verzuimd om ook de geluidsbelasting te meten. Wel normen opstellen, daarmee schone sier maken maar vervolgens geen enkele handhaving. Een precedent dat zorgen baart!
Hoe kan de bevolking erop vertrouwen dat een ingewikkelder handhaving van immissie- en emissienormen van de afvaloven, die hun gezondheid moet waarborgen, wel uitgevoerd wordt? En als dit dan wel gedaan wordt, dat dit goed gebeurt?
5. Draagvlak onder bevolking.
Tijdens informatie avonden in de dorpen om Harlingen werd door Omrin en de lokale bestuurders aangegeven dat maatschappelijk draagvlak voor de bouw van deze oven erg belangrijk was. Uit de informatie-avonden bleek dat er aanzienlijke weerstand was tegen de plannen. Omrin hoorde het aan, evenals de lokale bestuurders en daarna is er nooit meer iets van Omrin of de lokale bestuurders vernomen over het zo noodzakelijke maatschappelijke draagvlak.
Op basis van duizenden reactie op de verschillende bezwaarprocedures, volle zalen met bezorgde en boze burgers, 3500 handtekeningen tegen de oven, de aanwezigheid van 800 mensen bij een protestmanifestatie en de ondertekening door 13500 mensen van het Burgerinitiatief blijkt overduidelijk dat het maatschappelijk draagvlak niet bestaat. Hieruit blijkt dat de omwonenden door Omrin, de provincie Fryslân en de gemeente Harlingen de afvaloven ongewild opgedrongen hebben gekregen.
Deze handelwijze en de manier waarop de milieuvergunning (zie punt 4) is verleend staat in schril contrast met de mooie woorden uit b.v. het koersdocument van de huidige coalitie:
“Als we de deelname van mensen aan onze samenleving willen bevorderen, het vertrouwen in elkaar-, het vertrouwen in Fryslân verder willen laten groeien, mei-inoar en foar elkoar, dan
moet de manier waarop we onze woorden omzetten in daden ook dat vertrouwen uitspreken en willen we dat niet alleen voor de Friese samenleving doen maar juist met de Friese samenleving.” Of concreter:
“A – actief luisteren en onderzoeken wat de zorgen en wensen zijn;
B – actief betrokkenheid organiseren bij de oplossingsmogelijkheden;
C – actief duidelijkheid bieden en keuzes maken die kunnen rekenen op draagvlak.
Deze A,B,C moet uitgangspunt in de bestuursstijl van het nieuwe college van gedeputeerde staten en zijn ambtelijke organisatie zijn.”
Het moge duidelijk zijn dat Gedeputeerde Staten haar mooie woorden niet heeft waarmaakt. “Mei-inoar foar elkoar” moet toch zonder WOB verzoeken kunnen.
6. Financieel economisch
Sinds september 2008 is er feitelijk in Nederland geen tekort aan verbrandingscapaciteit meer. Dat blijkt uit de cijfers van het overheidsagentschap Senter Novem. Overigens wordt het bestaan van teveel afvalverbrandingscapaciteit ook niet langer ontkend door Omrin. Gek eigenlijk, want Omrin wilde een afvaloven bouwen omdat er te weinig capaciteit in Nederland was. Inmiddels wordt er in Nederland, en andere Europese landen, gevochten om elke zak vuilnis. Afvalovens in Nederland worden gesloten (AVR Rotterdam) of er wordt niet meer bijgebouwd (Essent Wijster en HVC Alkmaar), dit om in deze moeilijke tijden het hoofd boven water te houden. Ook in Duitsland is er al teveel verbrandingscapaciteit ontstaan. Onze Oosterburen zullen ook naar afval in Nederland gaan lonken om hun afvalovens rendabel te houden. De strijd om afval zal heftiger worden is de algemene Nederlandse en Duitse conclusie, waardoor nog meer margedruk zal ontstaan
Door het grote gebrek aan brandbaar afval is het een kwestie van niet al te lange tijd dat al het recyclebaar afval in de afvaloven dreigt te verdwijnen
De verbrandingstarieven in Nederland zijn enorm gedaald. Hierna volgen enige geactualiseerde en gespecificeerde tarieven:
– De gemeente Den Haag zal 10 jaar lang voor de verwerking van haar afval € 60 per ton betalen. Het poorttarief is € 48 per ton. Hierbij komen € 12 per ton aan transport en andere kosten.
– De gemeente Utrecht zal 10 jaar lang voor de verwerking van haar afval € 52 per ton betalen. Het poorttarief is € 40 per ton. Hierbij komen € 12 per ton aan transport en andere kosten
– De gemeente Arnhem zal 10 jaar lang voor de verwerking van haar afval € 70 per ton betalen. Het poorttarief is € 55 per ton. Hierbij komen € 15 per ton aan transport en andere kosten.
– Deelnemende gemeenten van HVC betalen nu nog een uiteindelijk bedrag van € 83 per ton. Het poorttarief is € 79 per ton. Hierbij komen € 14 per ton aan transport en andere kosten.
Maar 10 euro per ton gaat hier weer vanaf in de vorm van garantieprovisie en/of dividend. HVC overweegt momenteel om haar verwerkingskosten te verlagen.
– De deelgemeenten van Amsterdam betalen € 60 / € 65 per ton voor de verwerking van het huisvuil.
De eerdere waarschuwing van PWC dat Omrin verzuimde om te zoeken naar mogelijkheden tot samenwerking met andere afvalverwerkers staat nog steeds. Terwijl in Nederland grote afvalverwerkers als Essent en AVR zich genoodzaakt zien om geen afvalovens meer te bouwen wordt dag en nacht verder gebouwd aan de Waddendijk bij Friesland. Met de riante vergoedingen die Omrin heeft bedongen van de aandeelhoudende Friese gemeentes lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Nu is Omrin nog een kleine speler in de Nederlandse afvalmarkt. Met de discutabele leveringsplicht verankerd in haar statuten en een torenhoge prijs voor gemeentes om afval te mogen leveren is Omrin een mooie prooi voor grotere bedrijven die op zoek zijn naar extra afval en inkomsten. Daarbij is het risico levensgroot dat de overbodige afvaloven niet optimaal gevuld zal worden door het afval dat Omrin weet te verwerven. Er is alle kans dat Friesland straks te maken zal krijgen met een veel grotere Europese afvalverwerker die Omrin zal willen inlijven. Daarmee komt de naleving van vergunningen in zowel Oudehaske als Harlingen nog meer onder druk te staan. Als de provincie al toegaf aan de druk van Omrin dan zal is de verwachting gerechtvaardigd dat dit voor een groter en krachtiger bedrijf als het Franse Sita, het Duitse E-on of het Britse Shanks dit nog veel meer het geval zal zijn.
Door de bouw van een omstreden afvaloven tegen veel protest en beter weten in door te zetten wordt de kans dat besluiten over afvalverwerking in Friesland elders genomen met de dag groter. Friese gemeenten lijken dat niet erg te vinden omdat zij verwachten een flink deel van de verkoopopbrengsten in de gemeentekas te mogen stoppen. In een dergelijk scenario worden milieu en gezondheid nog meer het kind van de rekening.
7. Conclusie
Uit dit zwartboek mag worden geconcludeerd dat de afvaloven in Harlingen vele belangen kent, behalve die van het milieu en de gezondheid van de omwonenden. Kritische feiten zijn achtergehouden, cijfers zijn verdraaid en stellingen zijn gebaseerd op aannames. Wat onthutst is dat mensen worden gemanipuleerd en voor de gek worden gehouden waardoor het lijkt alsof het allemaal wel goed komt. Er is geen draagvlak voor de afvaloven. Vele protesten, handtekeningen en zienswijzen hebben dat aangetoond. Vanuit dat oogpunt willen we de leden van de Provinciale Staten nog eens wijzen op een belangrijke zinsnede uit het koersdocument die door CDA, PvdA en CU werd opgesteld.
“Wij zullen tot besluitvorming (over de afvaloven, red.) komen op basis van feiten en argumenten, maar daarnaast zullen wij nadrukkelijk sociale duurzaamheid, voldoende draagvlak in de regio, als criterium meewegen.”
De bijna 14.000 handtekeningen die het burgerinitiatief “Schone lucht Ja, afvaloven Nee” overhandigde aan de voorzitter van Provinciale Staten worden zo een geloofwaardigheidtest voor deze Staten. De feiten zijn u bekend, de argumenten zijn over en weer herhaald en draagvlak bij de bevolking voor een afvaloven bij Harlingen ontbreekt volledig. Wat gaat u doen?
Dit zwartboek is opgesteld door de stichting afvaloven Nee Voor meer informatie: info@afvalovennee.com